Bob de Bouwer? Rob de Bouwer!

Als talent de ruimte krijgt

Rob de Bouwer is Rob Kortekaas. De man waarmee ik samen beheerder van de Ruïne van Brederode ben. Hij is de bouwer van twee supergave tentoonstellingen op de Ruïne. In juni hadden we de tentoonstelling ‘IJzersterk Brederode’ over het harnas, helmen en wapens. En gedurende de hele zomervakantie hebben we ‘Brederode in Playmobil’ met honderden poppetjes die de geschiedenis van Brederode uitbeelden. Honderden poppetjes? in totaal meer dan 2.500 poppetjes.

Het begon ruim twee jaar geleden met zijn droom om het grootste Playmobil-leger te bouwen. Zijn doel? Kinderen enthousiasmeren om naar de Ruïne te komen. Voeg daar het verhaal aan toe en zie hoe het groeide. Het grootste Playmobil-leger is de beroemde slag bij Azincourt geworden waar Ridder Jan van Brederode om het leven kwam. Engeland won met een minderheid van de Fransen dankzij hun longbow-schutters. Bij de Hoekse en Kabeljauwse Twisten speelde Brederode een belangrijke rol, waardoor kasteel Brederode verwoest werd door woedende Haarlemmers. Willem van Brederode was namelijk de aanvoerder van Jacoba van Beieren bij het beleg van Haarlem. Tot de hoogtepunten uit de Gouden Eeuw – met de inmiddels bekende zwarte rand met betrekking tot de slavernij – behoort het 10-daagse Haags Huwelijk van Johan Wolfert van Brederode met Louise van Solms, waardoor hij de zwager werd van de Prins van Oranje. Er was een stoet van maar liefst 300 historische personages. En Rob vervulde een van mijn wensen: om de Floris-Driehoek zichtbaar te maken: met drie Playmobil-kastelen. Muiderslot als het meest bekende kasteel van graaf Floris V. De Ridderzaal die Floris liet bouwen voor zijn grafelijk slot op het Binnenhof als zijn meest onbekende kasteel en Kasteel Brederode, nu zijn grootste Kasteelruïne, waar Floris de leenheer van was. Iedereen zal begrijpen dat wij het betreuren dat Floris uit de Nederlandse Canon gaat verdwijnen. Floris is een belangrijke grondlegger van het huidige Nederland. Hij richtte de oudste bestuursvorm in Nederland op: de waterschappen en legde dijken aan. Hij werd ‘Der Keerlen God’ genoemd: God van de kerels, de gewone man.

Het is Rob die deze geweldige collectie met hulp van anderen bij elkaar heeft weten te brengen en “plaatjes” mee bouwt om van te smullen. Samen met grote mannen die de grondplaten op maat hebben gezaagd, kastelen hebben gebouwd en samen met een kleine man van 11 jaar poppetjes van de juiste kleding, wapens en details hebben voorzien. 

Maar Rob de Bouwer was toch voorbestemd om slager te worden?

Zijn opa was slager en had een goedlopende slagerij. Zijn moeder koos met hart en ziel voor het meewerken in de slagerij in plaats van doorgaan met school. Rob lacht als hij het verhaal vertelt dat zijn opa dreigde met dat zijn moeder in de zaak moest komen werken als ze niet beter haar best deed op school. Daar hoefde ze geen twee keer over na te denken. Zijn vader hielp met de schoonmaak van de slagerij als hij klaar was met zijn werk en Rob was van jongs af aan in de slagerij te vinden. Vanaf zijn tiende jaar werkte hij mee als leerling-slager. Worst maken, zelfs helpen bij de slacht. Hij draaide zijn hand er niet voor om. Natuurlijk ging hij naar een vakgerichte opleiding: het Francois Vatel in Den Haag en haalde zijn diploma voor slager. De cijfers waren uitstekend. De vooruitzichten veelbelovend. Tot hij vijftien geworden was en op een kwade dag zijn opa plotseling in het ziekenhuis werd opgenomen en aan het einde van de dag overleed. De wereld van zijn moeder en van Rob stortte in. De zaak werd overgenomen door zijn oom, omdat hij de oudste zoon was. De man die juist geen hart voor het slagersvak had moest het roer overnemen. De zaak ging failliet. Zijn moeder ging bij een andere slagerij werken. Rob raakte zo jong als hij was het spoor kwijt, zette zichzelf weer op het slagerspad en ging aan het werk als slager bij andere slagerijen om vervolgens jarenlang een uitstekend betaalde vleesbewerker voor de Bacon-industrie te worden. 

Hoe wordt een slager de beheerder van de Ruïne van Brederode?

De zaak van zijn opa was een droom die ruw uit elkaar spatte. De vleesindustrie was een zware realiteit. Rob werd fotograaf en bedrijfsleider van diverse winkels. Tijdens een vakantie in Engeland ontmoette hij op een kasteel Longbowman. Een man in middeleeuwse kleding die alles kon vertellen over boogschieten op een prachtig kasteel. Dat werd zijn nieuwe droom. 

Het middeleeuws boogschieten werd zijn passie en groeide uit tot zijn eigen bedrijf: Kasteelschutters. Met zijn eigen middeleeuwse boogschietbaan trok hij langs kastelen als Muiderslot en Loevestein. Op Loevestein was hij de leukste attractie en werd hij gevraagd om het jaarlijkse Riddertoernooi te organiseren. Tot we in 2016 onze kwaliteiten samenvoegden en ons eigen evenement in Den Haag organiseerden: met Ridders en Paarden op het Binnenhof, een historisch kampement langs de Hofvijver en Koninginnen in de Paleistuin. Samen solliciteerden we naar de functie van beheerders op de Ruïne van Brederode om het historisch erfgoed vol verhalen tot leven te brengen.

Het is bijzonder om van dichtbij te zien hoe de Ruïne andere talenten van Rob aanwakkert. Daarvoor letterlijk ruimte biedt. Om te verzamelen (een van de kwaliteiten van zijn moeder) en te bouwen (een grote kwaliteit van zijn vader) en te delen met zoveel mogelijke mensen (een kwaliteit van zijn opa de ondernemer).

Rob de Bouwer…

Kunnen we het maken?

Al die poppetjes. Grote Jan die blijft om te helpen. Kleine Hanne die naar huis belt dat hij toch echt later komt. 

De Tentoonstelling ‘Brederode in Playmobil’ is in de zomervakantie te zien van 8 juli t/m 30 augustus. Ik heb er voor kinderen een speurtocht bij gemaakt, waar je natuurlijk een 10 voor kunt halen! Van woensdag t/m zondag tussen 11.00 en 17.00 uur. Reserveren via de website www.ruinevanbrederode.nl.

Is er ruimte voor jouw talent?

songtekst Bob The Builder 

 Bob de Bouwer
Kunnen wij het maken?
Bob de Bouwer
Nou en of!!

Scoop, Muck en Dizzie, en Rollie ook
Liftie en Wendy
gaan weer loos
Bob en zijn maatjes maken lol
werken ze samen, is niks ze te dol

Bob de Bouwer
Kunnen wij het maken?
Bob de Bouwer
Nou en of!!

Onvermoed Talent

Of toch niet?

(wil je reageren? klik dan eerst op het artikel om te lezen, dan verschijnt het reactieblok er keurig onder!)

Opeens hadden we vorig seizoen een nieuwe jongste vrijwilliger op de Ruïne van Brederode: een 11-jarig jongetje. Hanne, die niet genoeg van geschiedenis kan krijgen. Hij luistert en vertelt daarna met het grootste gemak aan de bezoekers wat hij weet. Een groot spreektalent!  Maar deze blog gaat niet over hem, maar over zijn vader Jeroen. Hij bracht een geweldig groot zelfgebakken desembrood voor ons mee naar de familie-bbq. Gebakken met meel van molen De Zandhaas, die sinds eeuwen verbonden is met de Ruïne, omdat de Heer van Brederode windrecht bezat en dus recht had op meel. Iedereen smulde ervan en was gul met complimenten. Dit nieuwe seizoen volgde er een bruine zak vol heerlijke bolletjes met zaden en vruchtjes en wilde ik er weleens meer van weten. Afgelopen zaterdag kwam het er eindelijk van: ik stapte op de fiets om zijn kleine bakkerij te bezoeken. 

In de veronderstelling dat zijn bakkerij direct naast de molen lag troffen we elkaar toevallig bij de molen. Jeroen had net verse broden voor de verkoop afgeleverd – met de bakfiets natuurlijk – en stond op het punt om weer naar zijn eigen bakkerij te gaan. Zo fietsten we naast elkaar en kon ik mooi de eerste vragen stellen. Hoelang hij al bakker was en natuurlijk hoe hij bakker was geworden. 

Hij was nu twee jaar bakker. En daarvoor?

Jeroen vertelde dat hij na zijn HTS eerst zeven jaar civiel ingenieur was geweest. Vervolgens de academie voor bouwkunst had gedaan en 12 jaar stedebouwkundige was geweest bij een ingenieursbureau. Van het begin af aan had hij altijd vier dagen gewerkt. Die vier dagen had hij in het begin opgedeeld in drie dagen voor het ingenieursbureau en één dag bij een bakker in Zwanenburg. Vier dagen werken? Ook ik had steeds vier dagen gewerkt om tijd te kunnen investeren om op mijn pad te komen. Een vijfde dag voor je zelf geeft je de gelegenheid om je eigen koers te varen!

We waren gearriveerd en stapten af bij zijn bakkerij in een straatje dat zo smal was dat het meer een steeg was. Twee grote deuren stonden wijd open. Hanne en zijn moeder vingen de klanten op. Ook tijdens ons gesprek, zodat ik hem het hemd van het lijf kon vragen. Jeroen toonde trots de houten trog waar hij het meel met zijn handen tot deeg kneed. Gemaakt door een timmervrouw! De rijskasten, de ovens, de toonbank met de broden. Alles zag er even verzorgd en aantrekkelijk uit. 

De trog gemaakt door een timmervrouw

Maar hoe wordt een ingenieur een bakker?

Een pijnlijk eerlijk antwoord volgde: het was de dood van hun dochtertje dat hem terug naar de basis bracht. Hij had van alles aangepakt. Ze hadden zelfs een moestuin gehad. Hij had hout gehakt voor de houtkachel. Hij wilde zelfvoorzienend leven en het was het brood dat hem bleef boeien. 

En dan kan ik hem nauwelijks bijhouden met schrijven. De woorden stromen. Ik schrijf zo snel als ik kan op: mooi resultaat, mooi product, genieten, zelf en anderen, hoe mooi het op tafel staat. Het proces van droge bloem, meel, zout, water, mooie magie… en dan: ‘ik hou ervan’.

Ik vraag of er een overeenkomst is met zijn interesses vroeger als hij terugkijkt. Jeroen schudt zijn hoofd. Hij vond tekenen wel leuk en zo kwam hij op technisch tekenen en HTS. Maar dan voegt zijn vrouw zich bij ons in het gesprek. ‘Toen je 15 jaar was kookte je voor het hele gezin, omdat je moeder een hernia had.’ Jeroen knikt. Ja, koken vond hij altijd al leuk, maar dat was gewoon.

Ze voegt er een aan toe: ‘Als je een vis beoordeelt op in een boom klimmen, dan zal hij nooit weten hoe goed hij is in zwemmen.’ Het is een mooie variatie op de uitspraak van de beroemde wetenschapper Einstein. ‘Iedereen is een genie, maar als je een vis beoordeelt op zijn vermogen om in een boom te klimmen, zal hij zijn leven lang denken dat hij nutteloos is.’ 

Jeroen geniet van zijn werk als bakker. Op donderdagochtend kneden zijn handen het deeg van de vloerbroden. Op vrijdag plaatst hij het deeg in de broodvormen. ‘s Avonds bakt hij van 21.00 – 01.00 de grote broden en op zaterdagmorgen van 6.00-8.00 uur de kleine broden, waarvan de geur zich verspreid bij de gelukkige omwonenden.

Op donderdagavond en vrijdagmiddag werkt hij bij een andere bakker. Daarnaast is hij twee dagen molenaar in opleiding.

Molenaar bij molen De Zandhaas?

Dat wist ik nog niet. Dan klopt het helemaal: dat hij brood bij de Ruïne kwam brengen. De molenaar moest immers een deel van zijn meel aan de Ruïne afstaan? Alleen betaal ik nu met liefde voor dit (h)eerlijke brood. Maar wacht… ik krijg toch een brood mee: een proefexemplaar. Een desembrood dat hij buiten de rijskast heeft laten rijzen. Het is nog niet helemaal naar zijn zin: het is te plat. Maar ik vind het eerste resultaat geweldig. Vooral omdat er minder energie voor nodig is. In plaats van 24 tot 40 uur rijzen per brood in de rijskast is er slechts 15 uur voor nodig buiten de rijskast. Dit is echt terug naar de basis! Jeroen is voor mij een duurzaam talent, die een pluim verdient!

Benieuwd? Combineer op zaterdag een bezoek aan de Ruïne van Brederode, korenmolen De Zandhaas en  een bezoek aan zijn kleine bakkerij aan de Uitendaalstraat 12 in Santpoort-Zuid. Zijn ambachtelijke bakkerij Jeroen Engel is op zaterdag geopend van 9.00-11.00 uur, molen de Zandhaas is van 10.00 – 17.00 uur geopend en ligt aan de Wüstelaan 83. De Ruïne van Brederode is geopend van 11.00 – 17.00, ingang Velserenderlaan 2. Voor een bezoek aan de Ruïne moet vanwege Coronamaatregelen gereserveerd worden via de website ruinevanbrederode.nl.

NB 1: Het scheelde voor Jeroen dat hij nooit een hoog salaris had verdiend. Hij verdient nu ongeveer hetzelfde. Dat maakte de overstap gemakkelijk.

NB 2: De volgende dag was het Vaderdag. Wat kreeg Jeroen van zijn zoon Hanne? Een zelfgebakken taart  én Hanne heeft ‘s avonds het eten verzorgd. Hij zei er wel bij dat het een broodmaaltijd zou worden. De appel… 

NB3: Willem Buser is op de Ruïne in de huid gekropen van Willem de Koekenbakker. Om zijn rol zo goed mogelijk uit te kunnen beelden ging hij mee naar de bakkerij van Jeroen. Over Willem komt in augustus een aparte blog. Wat denken jullie dat het beroep is van Willem in zijn dagelijkse leven?

Ambachtelijk Bakker Jeroen Engel met zijn zoon Hanne en figurant Koekenbakker Willem Buser

Heb jij van jouw talent je werk kunnen maken?

Talentvolle jongeren betrekken via Maatschappelijke Stage en Dienst

Voor Talentenloods ben ik al weer volop bezig met het projectplan 2021: het organiseren van het Open Podium voor de jeugd in Theater Ludens. Het wordt het achtste jaar van de succesvolle formule: Open Podium-avonden met een Slotbijeenkomst.
Natuurlijk wordt het een nieuw jaar met Corona-proof maatregelen én we willen ons gaan verbinden met de maatschappelijke stage van het Voortgezet Onderwijs. Uh, nee: maatschappelijke dienst. Nee: maatschappelijke stage én maatschappelijke dienst.
Wat is het een en wat is het ander?

Maatschappelijke stage

In onze gemeente Leidschendam-Voorburg levert een eerste inventarisatieronde een zeer divers beeld op ten aanzien van maatschappelijke stage:

Het Dalton Vatel voor Lyceum, HAVO, MAVO, VBO en LWOO heeft alleen een maatschappelijke stage in 4 VMBO T. De stage is onderdeel van een praktische opdracht voor het vak Maatschappijleer. 

Op het Maartenscollege doen alle leerlingen mee. In 3 mavo een week achter elkaar ingeroosterd rond eind september. In 4 HAVO en 5 VWO lopen de leerlingen stage tot aan de meivakantie, maar dan in eigen tijd. Alle leerlingen lopen 30 uur stage en is een verplicht onderdeel voor het examenjaar.

Het categoraal Gymnasium NOVUM heeft voor alle leerlingen in het 4e jaar de maatschappelijke stage van 30 uur. 

Het Corbulo College heeft geen maatschappelijke stage, maar houdt het bij de beroepsgerichte stages die aansluiten bij hun VMBO-opleiding gericht op techniek. Drie weken in het derde leerjaar: bijvoorbeeld bij garages en de bouw. Het is fijn om even bij te praten. Mijn contactpersoon, docente Antoinette, vertelt nog hoe lastig het is voor haar praktijkgerichte leerlingen om wel weer naar school te mogen, maar op dit moment geen machines mogen gebruiken door de Corona-maatregelen. En er staan echt veel mooie machines op hun school. 

Het Veurs Lyceum met MAVO, HAVO, Atheneum en Gymnasium heeft de maatschappelijke stage afgeschaft. 

En dan komen we bij het Veurs Voorburg. Een vmbo-school dat basis, kader en GTL (gemengde Theoretische Leerweg) met en zonder LWOO (leerwegondersteuning) aanbiedt. De maatschappelijke stage is voor het derde jaar, waarbij de leerlingen twee keer vier uur stage lopen. Meestal is het een dagdeel in een woonzorgcentrum of verzorgingstehuis.

En de maatschappelijke dienst?

Dat gaan zij ook doen! Met de tweede klassers.
Het verbaast me niet dat juist deze school eraan meedoet. Zo doen ze ook jaarlijks mee aan het Hospice-diner om geld voor Hospice het Vliethuys op te halen. In de eerste editie heb ik zelfs nog opgetreden, terwijl de leerlingen de gerechten serveerden van gerenommeerde restaurants. De koks stonden in de grote keuken van de school de heerlijkste gerechten klaar te maken. Ik ging na afloop een kijkje nemen en speelde vervolgens ook voor hen een lied op mijn accordeon, waardoor ik bij restaurant Savelberg mocht komen eten.
Op persoonlijke uitnodiging van meesterkok Henk Savelberg, omdat ik vanwege het optreden nog niets gegeten had.
Het is dus deze school die mee gaat doen aan de pilot Maatschappelijke Dienst in onze gemeente.   

Het eerste Hospice-diner Veurs Voorburg 2012, foto: Hein Athmer
Hospice diner 2012 Veurs Voorburg, foto: Hein Athmer. Klik hier voor zijn recente fotoreportage Hospice-diner.

Maar hoe zit het dan met Maatschappelijke Stage?

De maatschappelijke stage was vanaf 2011 een verplicht onderdeel voor het voortgezet onderwijs. De stage was het gevolg van een internationale trend waarin ‘actief inzetten voor de samenleving’ gekoppeld werd aan ‘leren en ontwikkeling’. De stage was gekoppeld aan non-profit organisaties. En zonder stage? Geen diploma!

Tot 2014. Staatssecretaris Sander Dekker van de VVD verantwoordde het afschaffen door aan te geven dat scholen zelf hun onderwijs moeten kunnen inrichten en niet verplicht moeten worden. Op het argument dat het een bezuiniging zou zijn gaf hij als antwoord dat er in plaats van 55 miljoen (in het debat wordt zelfs gesproken over 75 miljoen) voor uren maatschappelijke stage er 100 miljoen vrije ruimte voor scholen beschikbaar was.
De staatssecretaris verwachtte niet dat scholen de stage niet meer zouden aanbieden omdat het niet meer verplicht zou zijn, extra regelwerk vraagt of duurder is dan reguliere lesuren. De maatschappelijke stage bleef een volwaardig en erkend programmaonderdeel in het voortgezet onderwijs.  Je kunt dus nog steeds stageplekken aanbieden!

Waarom is Maatschappelijke Dienst ingevoerd?

De invoering van Maatschappelijke Dienst komt door de veranderde samenstelling van het kabinet: Rutte III, waarin naast de VVD en D66 het CDA en de Christenunie in zijn vertegenwoordigd. De Maatschappelijke diensttijd is door het CDA ingebracht.
De ChristenUnie wilde in principe zelfs Maatschappelijke Dienstplicht, maar het is Maatschappelijke Dienst geworden. Het paradepaardje van staatssecretaris Paul Blokhuis van de ChristenUnie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 

Wat is Maatschappelijke Dienst?

Op de website van Rijksoverheid staat het volgende:

Tijdens de maatschappelijke diensttijd leer je iets nieuws en doe je daarbij iets voor een ander. Bijvoorbeeld door te helpen bij de Reddingsbrigade en zo te zorgen voor een veilige zee en veilig strand. De diensttijd is vrijwillig en start vanaf februari 2020. Tot die tijd oefenen organisaties en jongeren met de maatschappelijke diensttijd.

Ervaring en beloning

Tijdens de maatschappelijke diensttijd doe je nieuwe ervaringen op bij een organisatie, zoals een restaurant of jeugdzorgorganisatie. Je leert iets nieuws, zoals koken, met machines werken of een evenement organiseren. Je kunt zo ontdekken welke studie of wat voor werk je wilt gaan doen. Je leert bijvoorbeeld door te sporten met jongeren met jongeren met een ander geloof. Tijdens de maatschappelijke diensttijd doe je iets voor een ander.

De overheid is aan het onderzoeken op welke manieren je nog meer beloond gaat worden voor de maatschappelijke diensttijd. Voorbeelden van beloningen zijn:

  • een vrijwilligersvergoeding (een bedrag van maximaal 170,- per maand is toegestaan) 
  • een diploma, zoals een EHBO-certificaat
  • een training, zoals een taalcursus
  • kortingen, voor bijvoorbeeld een concertkaart

Stand van zaken op dit moment

  • de maatschappelijke diensttijd is voor alle jongeren toegankelijk
  • het betreft jongeren tussen 14 en 27 jaar 
  • het is niet verplicht, maar vrijwillig
  • minstens 80 uur
  • minimaal 2 weken, maximaal 6 maanden

Wil je (veel) meer weten? Kijk dan op de website van ZonMW.

Doe mee met MDT: voor jongeren

Er is inmiddels een website voor jongeren waar ze hun MDT-project kunnen vinden: doemeemetmdt.nl. In twee minuten kunnen ze hun ideale MDT-project vinden door zes vragen in te vullen.  Maar ja, dan moeten wij als organisaties natuurlijk wel zorgen dat we er bij staan!

Doe mee met MDT: meedoen als organisatie

Ben je als organisatie geïnteresseerd in MDT vul dan in 10 minuten de adviestool in.

Eén pilot Maatschappelijke Dienst zal dus het Veurs Voorburg betreffen.
En wij willen graag de pilot als Talentenloods ondersteunen. De Veurs Voorburg-leerlingen motiveren om hun talent in te zetten en het talent van jongeren in onze gemeente een extra impuls te geven!

Doe je ook mee? Kan jouw organisatie jongeren ook een Maatschappelijke Dienst-plek bieden om hun (Maatschappelijk) Talent te ontdekken en in te zetten?

NB: Wil je reageren op deze blog? Klik dan bovenaan op het artikel, dan verschijnt onderaan het blok waar je een reactie in kunt plaatsen. Ik stel je reactie zeer op prijs.

Hoe ontdek je talent?

Talent dat heb je toch?
Ja, maar hoe kom je erachter?
En hoe ontdekte het ‘duivelskind’ haar talent?

Als je talent bijvoorbeeld zingen of voetballen is, heb je een grote kans om dat te ontdekken, want als je zingt kan iedereen je horen en wie weet niet wat voetbal is? Voor zingen heb je niets nodig en welk kind heeft er geen bal? Maar wat als je talent het bespelen van de panfluit is? Hoe kun je daar achterkomen? Wie geeft jou dat zetje, zodat het vuur ontstoken wordt? De motor gestart wordt van talentontwikkeling?

1. Ouders

Niet voor niets bestaan de spreekwoorden: ‘Een appel valt niet ver van de boom’ en ‘Jong geleerd, oud gedaan’. Werkervaring, interesses en contacten van de ouder kan van jongs af aan doorgegeven worden aan het kind. Daarmee is de ouder een van de belangrijkste aanvoerders van kinderen. 

Maar wat als het kind een ander talent heeft dan de ouder?
Dan is de ouder in deze tijd nog steeds de eerste verantwoordelijke om zijn/haar kind te stimuleren. Om in aanraking te komen met verschillende sporten of muziekinstrumenten. Natuur, tekenen, techniek… Het is essentieel dat de ouder het kind meeneemt, zodat het kind spelenderwijs de wereld kan ontdekken en daardoor zijn of haar talent.
Zo kwam het kind dat meegenomen werd door zijn moeder naar een opendag van de Muziekacademie Den Haag erachter dat hij panfluit wilde spelen. Zijn moeder komt uit Roemenië, maar heeft niets met de traditionele muziek. Via haar zoon leert zij nu deze muziek waarderen.

De onvoorwaardelijke steun van ouders is onmisbaar. De ouders van Jason van der Hulst en Dani Coret brengen hun zoons overal heen in Nederland. Foto: Henk Knoester

2. School

Scholen staan op een goede tweede plaats om je talent te ontdekken. Wij graag schrijft of rekent komt op de basisschool goed tot zijn recht. Scholen hebben sinds 1900 nog steeds als opdracht het bijbrengen van de vaardigheden taal en rekenen. Hierop wordt het studieadvies voor de vervolgopleiding gebaseerd. Een kleiner deel van de scholen (611 van 6700) behoort tot het ‘vernieuwingsonderwijs’ dat uitgaat van de belevingswereld van het kind, waaronder de Montessorischolen en de Vrijescholen. Een positieve ontwikkeling is dat scholen steeds meer de talentontwikkeling van kinderen belangrijk vinden en voor een uitgebreider aanbod zorgen: waaronder de bredeschool. Zij maken deel uit van mijn droom dat de jongste kinderen spelenderwijs in aanraking komen met verschillende disciplines. De middenbouw introductielessen krijgt en kinderen in de bovenbouw aan de slag kunnen met hun keuze. Dankzij het mogen organiseren met Talentenloods van Muziekintroductie
op de basisschool Essesteijn met als een van de onderdelen Blaasinstrumenten, koos een van de jongens, Laurens van Oost, voor trompet. Sinds 2019 is hij de trompettist bij de Hermes House Band.